Op 9 juli 2026 is de herziene richtlijn Somatisch-symptoomstoornis en functioneel-neurologisch-symptoomstoornis (FNS) gepubliceerd. Voor u als verwijzer zit de belangrijkste verandering in de diagnostiek: lichamelijke klachten hoeven niet langer somatisch onverklaard te zijn voor de classificatie somatisch-symptoomstoornis, en FNS wordt door de neuroloog vastgesteld op basis van positieve klinische kenmerken in plaats van uitsluiting. Daarnaast legt de richtlijn nadruk op integrale diagnostiek, heldere communicatie, interdisciplinaire samenwerking en aandacht voor herstel, participatie en re-integratie.
Wat is er veranderd ten opzichte van de richtlijn uit 2010?
De richtlijn sluit nu aan op de DSM-5-classificaties en is inhoudelijk herzien en uitgebreid met nieuwe modules. De vorige richtlijn — SOLK en somatoforme stoornissen (2010) — paste niet meer bij de huidige inzichten en diagnostische criteria.
De drie wijzigingen die in de spreekkamer het meest merkbaar zijn:
- Somatoforme stoornissen zijn vervangen door somatisch-symptoomstoornis en functioneel-neurologisch-symptoomstoornis (DSM-5).
- Klachten hoeven niet langer onverklaard te zijn. De diagnose somatisch-symptoomstoornis kan ook worden gesteld naast een aangetoonde somatische aandoening; de behandeling richt zich op de biopsychosociale factoren die de klachten beïnvloeden.
- FNS is geen exclusiediagnose meer. De neuroloog stelt de diagnose op basis van positieve klinische kenmerken.
Dat laatste is meer dan een technische wijziging: het betekent dat een patiënt met FNS niet eerst een volledig negatief aanvullend onderzoekstraject hoeft te doorlopen voordat er een behandelperspectief is.
Waar legt de richtlijn de nadruk op?
De richtlijn geeft praktische handvatten voor communicatie en integrale diagnostiek, en besteedt nadrukkelijk aandacht aan interdisciplinaire samenwerking en het patiëntenperspectief. Vijf accenten springen eruit voor de verwijspraktijk:
- Multidisciplinaire behandeling — naast psychologische, vaktherapeutische en farmacotherapeutische behandelmogelijkheden.
- Integrale diagnostiek — in verschillende zorgsettings, met heldere indicatiestelling.
- Taal en communicatie — hoe klachten worden benoemd, doet ertoe; stigmatisering is een expliciet aandachtspunt.
- Participatie, werk en re-integratie — herstel van functioneren als uitkomstmaat.
- Samenwerking in de keten — organisatie van zorg en het betrekken van naasten.
De richtlijn is ontwikkeld op initiatief van de Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie, met vertegenwoordigers vanuit onder meer de beroepsverenigingen van psychologen, neurologen, revalidatieartsen, huisartsen, bedrijfsartsen, verzekeringsartsen, fysiotherapeuten, ergotherapeuten en patiëntvertegenwoordiging. Het Kennisinstituut van de Federatie Medisch Specialisten begeleidde het traject.
Wat betekent dit voor uw patiënt?
Voor patiënten met aanhoudende lichamelijke klachten (ALK) betekent de richtlijn vooral: eerder duidelijkheid en een behandelroute die niet wacht op een sluitende somatische verklaring. Waar de zorg nu nog vaak versnipperd is, wijst de richtlijn richting één samenhangend traject.
Voor patiënten die vastlopen in reguliere behandeltrajecten kan een multidisciplinaire aanpak daarmee een logische volgende stap zijn — niet als laatste redmiddel, maar als passende zorg op het juiste moment.
Herkenbaar in de praktijk van Revalis
Veel aanbevelingen sluiten aan bij de werkwijze die Revalis al hanteert. Binnen onze programma’s werken onder andere revalidatieartsen, klinisch psychologen, fysiotherapeuten, ergotherapeuten en maatschappelijk werkers samen aan herstel van functioneren.
Wij werken vanuit het biopsychosociaal model plus, met twee behandelroutes: medisch specialistische revalidatie onder regie van een revalidatiearts, en gespecialiseerde GGZ onder regie van een klinisch psycholoog. In beide routes staat niet alleen klachtvermindering centraal, maar vooral het hervinden van regie, maatschappelijke participatie en werkhervatting. Lees meer over onze behandeling van aanhoudende lichamelijke klachten.
Wanneer verwijzen naar Revalis?
Verwijzing is passend wanneer de klachten aanhouden ondanks eerstelijnszorg en biopsychosociale factoren het herstel onderhouden. Wij vragen daarbij het volgende:
- Klachten bestaan doorgaans drie maanden of langer (pijn) of zes maanden of langer (vermoeidheid).
- Stepped care in de eerste lijn is doorlopen met onvoldoende resultaat.
- Er is een verwijzing van huisarts, bedrijfsarts, medisch specialist, of regiebehandelaar GGZ.
- De patiënt beheerst de Nederlandse taal.
- Voorafgaand aan behandeling vindt altijd een screening plaats.
Twijfelt u of een patiënt binnen een van onze zorgprogramma’s past — ALK, complexe chronische pijn, chronische vermoeidheid of FNS? Overleg gerust vooraf. De volledige criteria en het aanmeldproces staan op onze pagina met informatie voor verwijzers.
Hoe verwijst u of overlegt u?
U kunt rechtstreeks verwijzen of eerst intercollegiaal overleggen met ons verwijzersteam. Revalis heeft vier locaties: ‘s-Hertogenbosch (hoofdlocatie), Breda, Nijmegen en Venlo.
Bel voor overleg met het verwijzersteam via 073 – 820 03 25, of gebruik de gegevens op onze contactpagina. Voor de behandelroute bij complexe pijnklachten kunt u ook kijken bij onze specialistische pijnkliniek.
De volledige richtlijn is te raadplegen via de Richtlijnendatabase van de Federatie Medisch Specialisten.
Veelgestelde vragen
Vervangt deze richtlijn de SOLK-richtlijn uit 2010?
Ja. De richtlijn uit 2010 heette SOLK en somatoforme stoornissen en sloot niet meer aan op de huidige inzichten en diagnostische criteria. De herziene richtlijn van 9 juli 2026 gebruikt de DSM-5-classificaties somatisch-symptoomstoornis en functioneel-neurologisch-symptoomstoornis.
Moeten de klachten somatisch onverklaard zijn voor de diagnose?
Nee. Voor de classificatie somatisch-symptoomstoornis hoeven lichamelijke klachten niet langer somatisch onverklaard te zijn. De behandeling richt zich op de biopsychosociale factoren die de klachten beïnvloeden.
Moet FNS eerst door een neuroloog zijn vastgesteld?
Volgens de richtlijn stelt de neuroloog de diagnose functioneel-neurologisch-symptoomstoornis op basis van positieve klinische kenmerken. Bij twijfel over de diagnostische status van uw patiënt kunt u vooraf met ons overleggen.
Wie kan naar Revalis verwijzen?
Huisartsen, bedrijfsartsen en medisch specialisten kunnen verwijzen. Na aanmelding volgt altijd een screening om te bepalen of behandeling bij Revalis passend is en welke behandelroute aansluit.
Wordt de behandeling vergoed?
Behandeling bij Revalis valt onder de basisverzekering. Of de zorg volledig wordt vergoed hangt af van de contractering met de zorgverzekeraar van uw patiënt en van het eigen risico. Actuele informatie staat op onze website.












