Waarom lichaam en geest niet te scheiden zijn

Klinisch psycholoog drs. M. de Vries werkt al 18 jaar op het grensvlak van lichaam en geest. Een gesprek over een vak dat in de Nederlandse zorg nog steeds te weinig erkend wordt — en waarom dat schadelijk is voor patiënten.

"Bij elke patiënt die binnenkomt zeg ik hetzelfde: dit is geen kwestie van 'is het lichamelijk of psychisch'. Het is altijd allebei. De vraag is alleen: in welke verhouding, en wat doen we eraan?" Drs. M. de Vries is Klinisch psycholoog bij Revalis en al 18 jaar actief in de medische psychologie.

De schotten van het zorgstelsel

"Het Nederlandse zorgstelsel is georganiseerd alsof lichaam en geest in twee verschillende werelden leven. Aan de ene kant heb je de somatische zorg — huisarts, ziekenhuis, revalidatie. Aan de andere kant de GGZ — basis, specialistisch, klinisch. De financiering is anders, de regels zijn anders, de bekostiging is anders."

"Voor de meeste klachten werkt dat prima. Een gebroken been hoort thuis in de orthopedie. Een paniekstoornis hoort thuis in de GGZ. Maar voor de groep waar ik mee werk — mensen met aanhoudende lichamelijke klachten — werken die schotten averechts. Ze worden van het ene naar het andere loket gestuurd, met steeds opnieuw uitleggen, steeds opnieuw beginnen."

Een patiënt zei pas tegen me: ik heb mijn ziekteverhaal nu twaalf keer verteld. Ik weet niet of ik er nog een keer doorheen kom. — Drs. M. de Vries

Hoe werkt het in de praktijk?

"Bij Revalis hebben we er bewust voor gekozen om beide werelden onder één dak te brengen. Onze revalidatieartsen en psychologen zien dezelfde patiënt vaak op dezelfde dag, en stemmen onderling af. Geen losse rapporten heen en weer — gewoon: ‘ik zie iets bij deze patiënt, wat denk jij?'."

"Concreet betekent dat: een intake met meerdere disciplines tegelijk. Een behandelplan dat door één team wordt gemaakt. Wekelijks multidisciplinair overleg. En een gedeeld dossier — wat administratief gedoe oplevert, maar voor de patiënt een groot verschil maakt."

Wat we (her)leren

Drie principes die op deze grens telkens terugkomen:

  1. De pijn is echt. Functionele klachten zijn geen verzinsels of inbeeldingen. Het zenuwstelsel staat letterlijk in een andere stand. Onze taak is dat uit te leggen, niet wegredeneren.
  2. Behandeling moet bidirectioneel. Wat in het lichaam gebeurt, beïnvloedt het hoofd; en omgekeerd. Een fysieke interventie kan een psychisch effect hebben, en andersom.
  3. De relatie doet er toe. Een patiënt die zich begrepen voelt, herstelt sneller. Dat is geen zachte therapietaal — dat is data.

Een ander zorglandschap

"Ik hoop dat we de komende tien jaar zien dat het stelsel hierin meebeweegt. Dat we niet langer een keuze hoeven te maken: GGZ óf revalidatie. Voor deze groep patiënten werkt de gecombineerde aanpak in onze ervaring beter."

"Voor mij persoonlijk is het bevredigend werk. Geen twee dagen hetzelfde. En vooral: je ziet mensen die jarenlang vastliepen weer beweging krijgen. Letterlijk en figuurlijk."